heel bunnik isoleert2015OP WEG NAAR ENERGIENEUTRALITEIT MET EN VOOR BEWONERS

De Energiegroep Bunnik (EGB) wil met deze nota bijdragen aan de discussie over de opdracht waarvoor lokale overheden en bewoners zich gesteld zien in het kader van de energietransitie. De energietransitie is noodzakelijk om het vraagstuk van de global warming het hoofd te bieden.

Het is standpunt in ontwikkeling. De gemeente Bunnik zal naar verwachting al op korte termijn te maken krijgen met aanvragen voor vergunning voor grootschalige opwekking van duurzame zonne-energie. Later ook voor windenergie. Om die reden buigt de gemeente zich momenteel over de randvoorwaarden voor het verlenen van vergunning. De EGB wil met dit standpunt bijdragen aan de politieke besluitvorming.

In een later stadium zal dit standpunt worden uitgebreid met kwesties zoals vergaande energiebesparing, wonen zonder aardgas en breder gezien het vraagstuk van het recht op warmte, waarbij thema’s als warmteopslag en aardwarmte aan de orde zullen komen.

Klimaatneutraal Bunnik
De EGB streeft naar klimaatneutraliteit. In hoeverre dat wordt gerealiseerd is de vraag. Het gaat erom heldere doelen te stellen voor CO2 reductie middels een energietransitie en het uitstippelen van een strategie om die doelen te bereiken. Dat is een opdracht en opgave voor de overheid (klimaatakkoord voor rijk, provincie, gemeente), voor het bedrijfsleven (convenanten op branche niveau) en bewoners. Dat laatste is nog niet ingevuld. De EGB ziet voor zichzelf een rol als aanjager, als voorlichter en, waar mogelijk ook als uitvoerder van het beleid.

Uitgangspunten voor grootschalige zon en wind Bunnik

Bij de plaatselijke opdracht voor opwekking van duurzame energie door middel van zonnevelden en windmolens op land spelen vooral thema’s rond ruimtelijke ordening.

Ambitieniveau zon, wind en energiebesparing
Ruimtelijke inpassing
Omgaan met grondeigenaren
Participatie
Belangen

1. Ambitieniveau zon, wind en energiebesparing

De centrale vraag bij dit thema is hoe de gemeente Bunnik en haar inwoners concreet verantwoordelijkheid nemen voor de klimaatdoelstellingen en hoe en wanneer maatregelen gerealiseerd zijn. Geen woorden, maar daden. Neemt Bunnik een evenredig deel voor haar rekening of doet het meer dan nodig is voor de bewoners en de bedrijven binnen de gemeente? Is het TNO rapport leidend?

Er zijn verschillende opties mogelijk. De gemeenschap Bunnik wacht af welke opgave ze krijgt van Rijk of Provincie. De gemeente gaat samenwerkingsverbanden aan met naburige gemeenten om gemeenschappelijk doelstellingen te bereiken, waardoor het vraagstuk van de ruimtelijke ordening wellicht makkelijker is op te lossen. Of de gemeente Bunnik neemt het voortouw, kiest voor een eigenstandige positie en draagt naar vermogen bij met oplossingen binnen de eigen gemeenschap.

De EGB vindt dat de gemeente Bunnik wat betreft de ambities proactief moet zijn. Dat kan tot uiting komen door de ambities van Rijk (of Provincie) met 10% te overtreffen van wat naar evenredigheid van Bunnik verwacht wordt. Momenteel wekken wij rond 3% duurzame energie op. Gemeente en inwoners zouden een noodzakelijke inhaalslag moeten maken. Die extra inzet geldt zowel voor de opwekking van duurzame energie, voor de mate van reductie van het energiegebruik als voor het tempo waarin de doelstelling wordt gehaald.

Om het vraagstuk van de ruimtelijke ordening voor het realiseren van zonneweiden en windturbines sneller aan te pakken ziet de EGB samenwerking van de gemeente Bunnik met de gemeenten Houten en Wijk bij Duurstede als een kans. Voorwaarde is wel dat een gezamenlijk traject niet mag leiden tot teveel bestuurlijke vertraging om de gewenste termijnen te halen. Immers bij 10% ambitieuzere doelstelling hoort ook een sneller tijdpad. Concreet betekent dit dat de landelijke doelstellingen voor CO2 reductie niet in 2050 (80 – 95% CO2 reductie) maar in 2040 gehaald wordt. De EGB pleit voor het vaststellen van de volgende concrete doelen voor CO2 reductie en het aandeel duurzame energie:

– in 2020 het aandeel duurzame energie in Bunnik 15% (landelijk 14%; het aandeel in Bunnik is nu ca 1%)

– in 2023 het aandeel duurzame energie in Bunnik 18% (landelijk 16%)

– in 2030 een reductie van CO2 40 – 50% en het aandeel duurzame in Bunnik 30-33% (landelijk 27 – 30%)

Om duiding te geven aan het ruimtegebruik ten opzichte van de hoeveelheid opgewekte energie, geven we een rekenvoorbeeld: Als op 1 hectare grond een zonneweide wordt geïnstalleerd kan hier circa 700 MWh per jaar aan elektriciteit worden opgewekt. Dit komt overeen met 2,5 TJ/jr.

Het totale energieverbruik in Bunnik is 1760 TJ (data RWS, jaar 2015, incl. verkeer). Met 1 ha zonnepark kan dus 0,14% van het jaarlijks energieverbruik worden opgewekt.

Met één windturbine van 3 MW kan 24 TJ per jaar worden opgewekt, d.w.z. evenveel als met 10 ha zonneweides. Dat is energie voor ongeveer 3000 huishoudens, afhankelijk van het type windturbine.

Om het doel van 15% duurzame opwekking in 2020 te bereiken betekent het dat in 2018 de eerste initiatieven aangemeld moeten zijn, locaties gekozen, bestemmingsplannen gewijzigd en in 2019 vergunningen en SDE aangevraagd worden.

Om energiereductie te stimuleren zou de gemeente haar WOZ beleid kunnen aanpassen aan de mate van energiereductie van woningen. 25% Energiebesparing is haalbaar (bron: Energie en Ruimte, Een nationaal Perspectief, 2017) Het energielabel van huizen binnen de gemeente zou dan niet meer mogen zijn dan label C, te realiseren in 2025.

De EGB ziet graag de gemeente het voortouw nemen met de volgende maatregelen[1]

– energieneutraliteit of nul op de meter voor alle woningnieuwbouw vanaf januari 2018

– energieneutraliteit van alle openbare gebouwen in 2025

– energieneutraliteit van alle gesubsidieerde instellingen in 2025

– het aanwijzen van geschikte locaties voor opwekking van windenergie en zonneweiden

– het ontwikkelen van plannen voor duurzame warmteopslag en -winning binnen de gemeentegrenzen

– het ontwikkelen van plannen om in 2035 de helft van het woningbestand aardgasvrij te krijgen

– het inrichten van een revolverend fonds voor woningeigenaren om meer dan 50% reductie in hun energieverbruik te realiseren (voor zover geen landelijke of provinciale fondsen beschikbaar zijn). Lokaal maatwerk moet de kracht zijn van zo’n regionaal fonds. Wanneer de helft van de woningen in 2035 aardgasvrij en energie-neutraal moeten zijn, zou in 2028 een kwart van de woningen dat moeten zijn. Dan is er 10 jaar de tijd om circa 1500 woningen aardgasvrij en energie-neutraal te maken. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om een 10 jaren plan te maken om deze doelstelling te halen.

De EGB wil actief samenwerken om te zorgen dat gemeente en Bunnikse politiek dit thema oppakken en voorlichting, aankoopcampagnes, huiskamerbijeenkomsten, dorpsgesprekken over het energielandschap etc. proactief ter hand nemen en financieel ondersteunen.

2. Ruimtelijke inpassing

Met de opgave om lokaal duurzame energie op te wekken voor lokaal gebruik zal het energielandschap drastisch veranderen. Naast zonnepanelen op daken roept grootschalige opwekking via zonneweiden en windturbines de vraag op waar en hoe dit gerealiseerd kan worden. Onder welke planologische voorwaarden verleent de gemeente vergunning aan initiatiefnemers van grootschalige opwekking.

Ook op dit thema zijn er diverse opties. De gemeente kan locaties aanwijzen en het aan initiatiefnemers overlaten op welke wijze een locatie wordt ingevuld. Maar de gemeente kan ook kiezen voor op elkaar afgestemde initiatieven en daarvoor locaties zoeken. Ook kan geopteerd worden voor een geïntegreerde benadering waarbij energieopwekking moet worden gecombineerd met andere inrichtingseisen, zoals recreatie, landbouw, industrie, klimaatadaptatie, vergroening. Welke optie wordt gekozen is vervolgens bepalend voor de wijze waarop de participatie wordt vorm gegeven.

De EGB is van mening dat het landelijke karakter van de gemeente gerespecteerd dient te worden. Maar ook, dat het nemen van verantwoordelijkheid voor de klimaatdoelstellingen consequenties heeft voor het (energie-)landschap. Het is een proces van alle tijden. Kijk naar de aanleg en het verhogen van dijken, het plaatsen van molens om polders droog te houden, het plaatsen van (soms enorme) masten om energie te vervoeren. De gemeente en de gemeenschap zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen om veranderingen in het energielandschap in eigen ‘achtertuin’ te laten plaats hebben en niet bij de buren. Energie opwekking ver weg is niet geen optie. De eerste veranderingen zijn inmiddels waarneembaar: op veel daken prijken zonnepanelen.

De EGB is van mening dat grootschalige opwekking van duurzame energie met wind en zon, installaties voor opslag van warmte en energie en installaties voor transport van energie het landelijke, groene karakter van de gemeente niet mogen aantasten. Daarom pleit de EGB voor compacte, samenhangende energieparken die qua locatie in overleg met aanbieders en bewoners worden aangewezen. De locaties zijn zodanig gelegen dat ze in het lokale landschap passen, economisch gunstig zijn qua aanleg en infrastructuur en niet conflicteren met andere belangen op het gebied van natuurbehoud en agrarische belangen. Heel concreet is te denken aan energieparken langs de A12 of langs de oostelijke ontsluiting van Houten, dus buiten de woonkernen. Houd voor windmolens rekening met belemmeringen; er zijn slechts enkele locaties binnen de gemeente geschikt. Inspraak door georganiseerde belangengroepen is daarbij voorwaarde. Wij pleiten daarbij voor opwekking centraal in energieparken en opslag vooral decentraal, bijvoorbeeld in buurtgebonden accustations in combinatie met laadstations voor elektrische (deel)voertuigen.

De Natuur- en Milieufederatie Utrecht schetste recent hoe zonneweides en windmolens op een zorgvuldige manier een plek kunnen krijgen in ons landschap. Met andere woorden: op het vormgeven van nieuwe ‘energielandschappen’. Om te laten zien om welke aantallen windmolens en hectares zon het eigenlijk gaat, hebben we dit berekend per regio. Voor de Kromme-Rijn regio betekent dit dat wanneer we 16% in 2023 duurzaam willen opwekken, we 167 hectare zonneweide en 8 windmolens, of 83 hectare zonneweide en 20 windmolens nodig hebben.

3. Omgaan met grondeigenaren

De centrale vraag is hoe de gemeente zorg draagt voor een gelijk speelveld voor bedrijven (projectontwikkelaars) en initiatieven van groepen burgers/inwoners als het gaat om het verkrijgen van grondposities. Biedt de gemeente ruimte voor initiatieven van grondeigenaren en ontwikkelaars, waardoor wellicht sneller de doelstellingen wat betreft duurzame energieopwekking wordt gerealiseerd of stelt zij eisen aan initiatiefnemers om met grondeigenaren en inwoners tot één plan en één verdeelsleutel te komen?

De EGB is van mening dat er een gelijk speelveld moet komen tussen bedrijven en burgerinitiatieven door beleid dat leidt tot grondposities voor coöperaties en andere vormen van burgerinitiatieven. Grondspeculatie zou hoe dan ook voorkomen moet worden voorkomen door voor het verwerven van grondposities voor energieopwekking eisen te stellen aan inspraak van georganiseerde bewoners, aan de mate van participatie van georganiseerde bewonersgroepen en aan de mate van opbrengst van de (milieu)investering voor de lokale gemeenschap. De EGB vindt het een taak van de vergunningverlener, de gemeente, om te zorgen voor die afstemming.

In de ruimtelijke planvorming voor grootschalige duurzame energieprojecten maakt de gemeente beleid ten aanzien van een eerlijke grondprijsverdeling om te voorkomen dat grondeigenaren gaan speculeren en er onmin ontstaat tussen lokale grondeigenaren onderling en de buurt(bewoners). De EGB vindt dat de gemeente geen vergunning mag verlenen aan grondeigenaren voordat er een door de politiek gedragen verdeelsleutel is voor de kosten en baten voor de ontwikkelaar, de gebruikers en de direct belanghebbenden (de georganiseerde omwonenden).

4. Participatie

De essentiële vraag bij het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie is hoe plaatselijke bewoners betrokken worden bij de veranderingen in het energielandschap. Hun leefomgeving zal immers drastisch veranderen. De politiek zal bij de vergunningverlening voorwaarden moeten stellen aan de vorm en mate van participatie. Waar komt de regie te liggen van de bewonersparticipatie en de inrichting van het (energie-)landschap?

Daarbij zijn er enkele opties. Zoals een rol van de inwoners in het ruimtelijke traject: procesparticipatie, dus ontwikkelen samen met de omgeving ook voor wat betreft de locatiekeuze. Of een rol van inwoners in het financiële traject: lokaal eigendom, coöperatief karakter, gedeelde voordelen, helderheid over het mandaat en de zeggenschap. De voordelen van lokaal eigendom zijn zeggenschap, betrokkenheid, gevoel bij de energievoorziening, trots, sociale cohesie, onafhankelijkheid, democratie, los van multinationals, eigen grip op de omgeving en rendement voor nieuwe duurzame projecten of mooie inpassing. De nadelen van lokaal eigendom zijn tijdsinvestering, het opzetten van een lokale coöperatie en het opbouwen en professionaliseren van een (bewoners-)organisatie.

De EGB is van mening dat participatie het sleutelbegrip moet zijn in de energietransitie. Deze transitie heeft dermate veel invloed op het leven en wonen van de bewoners dat betrokkenheid, inspraak en invloed van de bewoners een must is. De EGB vindt dat dit niet slechts door de politiek (lees de Gemeenteraad) kan plaats hebben. Daarvoor is de band tussen burger en politiek een te zwakke. Dat betekent dat participatie bij de besluitvorming door de gemeente (Bestuur en raad) georganiseerd moet worden. De Energie Groep Bunnik wil hierin graag een bemiddelende rol vervullen.

Participatie kan op diverse niveaus plaats hebben.

Ten eerste op de inspraak in het ambitieniveau t.a.v. de energietransitie. Wij zijn van mening dat dit vooral een aangelegenheid voor de gemeenteraad is, waarbij de EGB een ondersteunende en informerende rol kan spelen.

Ten tweede bij het vaststellen van de locaties voor duurzame energieopwekking. De EGB is van mening dat de inspraak van bewoners georganiseerd dient te worden door een proactief inspraak proces. De EGB kan meehelpen dit te organiseren, maar de gemeente heeft hierin eindverantwoordelijkheid.

Ten derde bij het nemen van initiatief voor het bedrijfsmatig opwekken en eventueel opslaan van energie. De EGB ziet hierbij vooralsnog geen rol voor zichzelf. Dat vraagt een geheel andere organisatie dan op dit moment aanwezig is. Er is dan een coöperatie met een bestuur en een bedrijfsplan nodig en daarnaast financiële middelen voor een of meer medewerkers. De EGB ziet dit niet op korte termijn veranderen. Tenzij de inwoners van Bunnik dit wel graag willen omdat er financiële en maatschappelijke voordelen aan het coöperatief opwekken van eigen lokale duurzame energie bestaan (bijvoorbeeld lokale rendementen en maatschappelijke spin-off zoals werkgelegenheid en een revolverend gebiedsfonds). Dan zou de gemeente of de provincie middelen beschikbaar moeten stellen om locale energieoorperaties op te starten. Deze optie wil de EGB aan de inwoners voorleggen in het inspraakproces.

De EGB zou als belangengroep met expertise graag willen deelnemen aan de keuze voor en de condities waaronder een derde partij wordt toegestaan een installatie voor opwekking van (duuzame) energie te plaatsen op het grondgebied van de gemeente.

Een vierde optie zou zijn dat de EGB mede aandeelhouder of initiatiefnemer wordt in projecten voor collectieve energieopwekking. De EGB moet dan zorg dragen voor risicodragend kapitaal. Dat kan worden opgehaald onder groepen bewoners die participeren in de EGB als coöperatie.

Ten vijfde in het participeren in intergemeentelijke initiatieven. De EGB pleit ervoor dat initiatieven die door gemeenten gezamenlijk worden opgepakt op het niveau van de provincie geregeld moeten worden met inspraak en invloed via organisatie die namens de EGB kan functioneren, zoals de NMU. Een aparte organisatie voor samenwerkende energiegroepen ziet de EGB als weinig aantrekkelijk, omdat dan de kracht van het locale initiatief wordt verminderd. De EGB roept de gemeente wel op om regionale samenwerking na te streven om de doelstelling van energieneutraliteit te realiseren en daartoe initiatieven te nemen om bewoners op hetzelfde regionale niveau te laten participeren.

De EGB roept daarom partijen op om te onderkennen dat communicatie over het duurzame energievraagstuk een extra boost kan gebruiken. Na drie jaar publiciteit hebben wij de groep early adopters wel bereikt. Zij hebben de idee van duurzaam energiegebruik omarmd door isolatiemaatregelen te nemen of mee te doen aan onze inkoopacties voor zonnepanelen. De bredere groep inwoners (de volgers) is nog onvoldoende bewust van de noodzaak van duurzame energiebeheersing. De gemeente Bunnik zal haar communicatie-activiteiten voor bewustwording over energiegebruik bij inwoners thuis moeten intensiveren en ook de inwoners moeten betrekken bij het vormen van nieuwe energielandschappen in onze omgeving. Dus geen energiecentrale ver weg, maar energievoorzieningen dicht bij huis.

Diverse landelijke organisaties die betrokken zijn bij de energietransitie tekenden onlangs de GreenDeal, Afgelopen maand werd door 27 organisaties de Green Deal ‘Participatie van de Omgeving bij Duurzame Energieprojecten’ ondertekend. De deal moet er voor zorgen dat de betrokkenheid van belanghebbenden bij de bouw van windmolens of zonneweides verbetert.

5. Belangen

Bij de energietransitie spelen diverse belangen die soms parallel, maar soms ook tegengesteld zijn. Het is onvermijdelijk tot bij de beleidsvorming deze belangen tegen elkaar afgewogen moeten worden. De EGB zal pleiten voor alle mogelijke maatregelen die leiden tot CO2 reductie op de kortst mogelijke termijn. Wij zijn van mening dat de belangen diverse belangen georganiseerd moeten zijn en op het niveau van de gemeenteraad tot uitdrukking moeten komen.

Samengevat stelt de EGB dat de gemeente, bedrijven en bewoners aangezet moeten worden tot het nemen van maatregelen om de doelen uit het klimaatakkoord op het niveau van de gemeente Bunnik te realiseren en het liefst in een nog wat hoger tempo dan landelijk is afgesproken. Daartoe streeft de EGB naar het (laten) stellen van concrete tussendoelen, een helder beleidskader, een hoge mate van participatie van bewoners, zowel procesmatig als, waar mogelijk, financieel, waarbij er ruimte blijft van initiatieven van bewoners in de vorm van coöperaties voor duurzame energieopwekking. Om de energietransitie een boost te geven vindt de EGB dat er binnen de gemeente en zo nodig in samenwerking met naburige gemeenten, rum baan gegeven moet worden aan grootschalige energieopwekking, waarbij zowel zon- als windenergie betrokken moet worden en aan alternatieven voor aardgas. De EGB heeft daarin de rol van aanjager, van voorlichter, van bruggenbouwer en zo nodig van initiërende uitvoerder.

Bronnen:

Flyer NMU: samen naar een klimaatneutrale gemeente en provincie, maart 2018, https://www.nmu.nl/nieuws/samen-op-weg-naar-een-klimaatneutrale-gemeente/
Greendeal: ‘Participatie van de Omgeving bij Duurzame Energieprojecten’, maart 2018, https://www.nmu.nl/nieuws/green-deal-moet-betrokkenheid-energieprojecten-verbeteren/

[1]Zie ook 10- puntenplan voor de Bunnikse politieke agenda op energiegebied, EGB 4-7-2017

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s